Zorg, onze zorg ...
 

1. Een brede visie op zorg vanuit ons opvoedingsproject


Als school hebben we de opdracht om met brede zorg te werken aan de ontplooiing van ieder kind.  Als we naar kinderen kijken dan zien we dat ze allemaal heel verschillend zijn. Vanuit die verscheidenheid en het geloof in groeikracht  werken we samen om  alle kinderen maximale ontwikkelkansen te bieden.   Het opvoedingsproject van onze school wordt gedragen vanuit een Christelijk geloof.  Dit beïnvloedt mee onze manier van kijken naar kinderen en hoe we hen begeleiden : met zin voor leren, zin voor leven. 


Ben je anders dan een ander ? 

Ja natuurlijk, jij bent jij.

Wan je bent apart geschapen 

uit een ander hoopje klei.

Kijk gerust eens in de spiegel

 naar het kunstwerk dat je bent.

Jouw gezicht, jouw lijf en leden, 

jouw karakter, jouw talent.

Zie je wel, je bent een wonder !  

Niets aan jou is saai en grijs.

Wees maar jij en blijf bijzonder,

Zing gewoon je eigen wijs.


We vinden het belangrijk dat alle kinderen van onze school gelijke kansen krijgen, graag naar school komen en dat ze er nieuwe, uitdagende dingen leren die aansluiten bij hun leefwereld, interesses en zone van naaste ontwikkeling.  In de school gaan (be)leven en leren hand in hand.  Alle stappen binnen de zorgwerking  zijn daarom  in even belangrijke mate van toepassing op zorgen rond domeinen van welbevinden, betrokkenheid als op vlak van de leerprestaties.  

Enkele items in dit document worden verder uitgediept als u op de koppeling klikt.  


2. Wat we belangrijk vinden en met zorg ondersteunen


  • Met een goed uitgebouwde basiszorg zorgt elke leerkracht ervoor dat kleuters/leerlingen graag naar school komen en er op een respectvolle manier met mekaar omgaan.  Om dit positieve gedrag te ontwikkelen  hebben kinderen echter een aantal vaardigheden nodig : sociale vaardigheden.   Deze vormen een rode draad doorheen onze schoolwerking.  We zetten in op een grote verscheidenheid aan werkvormen en initiatieven om onze leerlingen sociaal vaardig te maken.


Maar niet alle contacten verlopen even vlot : er zijn teleurstellingen, eenzaamheid, ruzie, pestgedrag.  Omdat de school een plek wil zijn waar elk kind zich veilig voelt, daarom leren kinderen, met de talenten en mogelijkheden die ze hebben, zelf ruzies op te lossen en pestgedrag aan te pakken.  Hiervoor werd een pestactieplan uitgewerkt met de klemtoon op een preventieve probleemoplossende en niet-bestraffende aanpak.


  • Taal is een belangrijk onderdeel binnen de algehele ontwikkeling van kinderen.  Taal is ook het middel bij uitstek om informatie door te geven op school.  Daarom hechten we veel belang aan een verzorgd taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk.  Talige activiteiten in de kleuterschool prikkelen de kleuters om te groeien in hun taalontwikkeling en geeft hen goesting om te leren lezen.  Naast het technisch lezen en begrijpend lezen in de lagere school is het  ontwikkelen van leesmotivatie en leesplezier een belangrijke factor.  Initiatieven rond boeken starten in de KS en zetten zich door in de LS.  Ook binnen de zorgwerking worden initiatieven genomen om het lezen te promoten. We werken hiervoor verder aan een duidelijk ‘leesbeleid’ 

  • Door breed te kijken naar kinderen verleggen we het accent van het observeren van tekorten naar het opmerken van talenten.  Het inzetten van de eigen talenten willen we stimuleren en verder ontwikkelen. We geloven in groeikansen voor elk kind, door het positieve te benutten.

- Kinderen die cognitief sterk zijn dagen we uit met moeilijke opdrachten waarbij ze leren doorzetten en leren foutjes maken.  Zij komen wekelijks samen in de kangoeroeklas.

- Als er iets niet lukt, is het soms nodig om enkele stapjes in het leerproces terug te zetten, succeservaring op te bouwen en zo het zelfvertrouwen te herstellen.  Ook hier mogen kinderen trots zijn op hun prestatie.  Initiatieven zoals de trotskaft, de muzetas, de leeskampioen… maken groei zichtbaar.


  • Kinderen laten groeien in zelfstandigheid is een belangrijke opdracht binnen onderwijs.  Dat ieder kind dat op zijn/haar eigen tempo mag doen zorgt voor een grote verscheidenheid en vraagt een gedifferentieerde aanpak.  Via differentiatie leggen we de lat op een haalbare hoogte.  Zorginterventies zijn er op gericht om hulpmiddelen aan te bieden zodat de leerling aansluiting kan blijven vinden bij de klasgroep.  Zorg bieden op maat van elk kind blijft een zoektocht.    Samen met (zorg)leerkrachten, leerlingen én ouders gaan we op zoek naar de meest gepaste aanpak.  Acties worden voortdurend geëvalueerd en bijgestuurd waar nodig. 


3. De fasen van het zorgcontinuüm


Het zorgbeleid van onze school is gebaseerd op het zorgcontinuüm.  Verdeeld over 4 fasen vloeit onze zorgwerking natuurlijk over naar een meer intensievere vorm van zorg, als dat nodig is. 

We besteden veel aandacht aan fase 0.   Een goed uitgebouwde brede basiszorg zorgt er immers voor dat minder leerlingen nood hebben aan verhoogde zorg of uitbreiding van zorg.



fase 0 : brede basiszorg 

De klasleerkracht is hier de spilfiguur van zorg.  Hij/zij zorgt voor een  krachtige leeromgeving die gebaseerd op 

  • een positieve leeromgeving waar kinderen zich veilig en goed voelen, waar de klasleerkracht zijn/haar leerlingen kent (thuissituatie, talenten…) en waar ze gestimuleerd worden om hun talenten te gebruiken.  De klasleerkracht volgt de vorderingen die het kind maakt op en geeft complimentjes.     

  • een leeromgeving waar zinvolle dingen geleerd worden.  De klasleerkracht houdt rekening met de beginsituatie en voorkennis van de leerlingen en stelt haalbare doelen voorop.  Met  gestructureerde lessen of activiteiten die aansluiten bij hun leefwereld en omgeving worden leerlingen geprikkeld om te leren.  Beleving staat hierbij centraal.  Er wordt zeker ook ruimte gelaten om af te wijken en in te spelen op wat leerlingen zelf aanbrengen. In de KS wordt er gedurende het schooljaar ruimte gelaten om te werken zonder thema.

  • een leeromgeving waar de klasleerkracht observeert en bijstuurt waar nodig. Differentiatie, een doordachte klasinrichting, de keuze voor een gepaste werk-  en/of  groeperingsvorm, het ter beschikking stellen van materialen zoals visuele voorstellingen a.d.h.v. wandplaten en/of individuele schema’s, hoofdtelefoons i.f.v. concentratie, time-timers i.f.v. tempo… vloeien voort vanuit de noden van een klasgroep.  Remediëring in kleine groepjes o.l.v de klasjuf of zorgjuf wordt georganiseerd.  De klasleerkracht bouwt het aanbod verder uit al naar gelang de behoeften van de groep.  

fase 1 : verhoogde zorg

Als de brede basiszorg niet volstaat om een leerling optimaal te laten ontwikkelen, dan  gaan we over naar de fase van de verhoogde zorg. Hier ligt de klemtoon op wat een kind nodig heeft om verder te kunnen groeien.  Om die zorgvraag zo goed mogelijk in te vullen verzamelen we informatie :  

  • via observatie

  • welke acties heeft de leerkracht al ondernomen en met welk effect ?

  • in gesprek gaan met de leerling en/of ouders

Redelijke aanpassingen aan het gemeenschappelijk curriculum zijn mogelijk op verschillende vlakken.  Allemaal hebben ze tot doel de betrokkenheid  bij het klasgebeuren te verhogen.  De overgang naar deze maatregelen worden besproken met de ouders.  Bij de praktische uitwerking ervan krijgt de zorgleerkracht een actieve rol.  Hij/zij kan instaan voor het maken van bepaalde (hulp)materialen en/of individuele begeleiding.  De aanpassingen die voor een kind worden afgesproken, noteert de klasleerkracht in het digitale leervolgsysteem van Broekx bij ‘sticordi’. 


fase 2 : uitbreiding van zorg

Wanneer blijkt dat ook de verhoogde zorg onvoldoende is voor een leerling, dan schakelen we de hulp in van het CLB (Centrum voor Leerlingen Begeleiding). Tijdens het MDO (multidisciplinair overleg) wordt een uitgebreide analyse van onderwijs- en opvoedingsbehoeften van het kind in kaart gebracht en wordt er gezocht naar extra ondersteuningsmaatregelen en redelijke aanpassingen die tegemoet komen aan de zorgvraag van het kind. 

Hierbij kan er een hulpvraag gesteld worden aan het ondersteuningsnetwerk. Een ondersteuner met expertise in het betreffende zorgdomein kan dan gedurende een korte periode de leerling en/of leerkracht gericht begeleiden op de klasvloer. Deze begeleiding zal er steeds op gericht zijn om de leerling en/of leerkracht sterker te maken in de omgang met de specifieke problematiek en wordt dan ook afgebouwd wanneer een haalbare werking met de betrokkenen (leerkracht, leerling, ouders) is afgestemd.

In bepaalde situaties wordt er ook doorverwezen naar externe hulp zoals begeleiding door een logopediste, kinesiste, psychologe,… In dit geval trachten we als school een goede samenwerking en regelmatig overleg tussen alle betrokkenen te realiseren om de begeleiding van de leerling optimaal op elkaar af te stemmen en zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. 

De uitbreiding van zorg is er nog steeds op gericht de leerling het gemeenschappelijk curriculum zo lang mogelijk te laten volgen.  Toch kunnen verregaande aanpassingen het behalen van een getuigschrift basisonderwijs bemoeilijken.  Voor deze kinderen schakelen we dan over op  aangepaste trajecten en een individueel aangepast curriculum (IAC).


fase 3 individueel aangepast curriculum

De inspanningen die we als school doen om de nodige zorg voor een leerling te realiseren, hebben niet altijd het gewenste resultaat. De leerling functioneert niet beter, voelt zich nog steeds niet helemaal goed op school, de ontwikkeling valt stil….   In zo'n situatie zijn er twee mogelijkheden : 

  • in overleg met alle betrokkenen (ouders – CLB – school – ondersteuners Vokan – externen…) wordt beslist dat het niet langer gewenst is dat de leerling het gemeenschappelijk curriculum (= wat de leerling moet kennen en kunnen om een getuigschrift basisonderwijs te halen) volgt.  Er worden leerdoelen opgesteld op maat van de leerling d.w.z. dat de doelen van het gemeenschappelijk curriculum niet moeten behaald worden.  Het CLB beslist in dit geval om een verslag op te maken dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs.  In de school wordt een individueel aangepast curriculum opgesteld.  (= IAC )  Dit houdt geen automatische overstap in naar het Bubao.  De leerling blijft ingeschreven in het gewoon onderwijs.  Bij evaluatie wordt er steeds nagegaan of een overstap naar het gemeenschappelijk curriculum mogelijk is.


  • We geven het advies voor een overstap naar een andere school. Dit kan een school zijn van het gewoon of het buitengewoon onderwijs. Net zoals bij fase 2, is de rol van het CLB in dit proces cruciaal. Zij ondersteunen ouders en school in de zoektocht naar de school die het best aansluit bij de specifieke behoeften van het kind.


4. Handelingsgericht werken (HGW)


Onze zorgwerking is gebaseerd op de principes van ‘handelingsgericht werken’.   HGW biedt een kader voor al wie betrokken is bij de zorg op school.  HGW vertrekt vanuit 7 uitgangspunten :


1

Onderwijsbehoeften van de leerlingen staan centraal 

  • Wat heeft deze leerling, met deze ouders, in deze school, met deze leerkracht nodig om de vooropgestelde doelen te bereiken?

2

Het gaat om afstemming en wisselwerking 

  • Een goede afstemming en wisselwerking tussen leerlingen, leerkrachten, ouders en de school verbetert de aanpak.

3

De leerkracht doet ertoe

  • Wat heeft de leerkracht nodig om dit kind of deze klas de aanpak te bieden die nodig is ?

  • Zijn de afgesproken maatregelen ook haalbaar voor de leerkracht ?

4

Positieve benutten

  • De focus ligt op de positieve aspecten, die we kunnen gebruiken om hierop verder te bouwen.

5

Constructieve samenwerking  tussen het kind, ouders, leerkrachten en de school 

  • Ouders zijn ervaringsdeskundigen

  • leerkrachten zijn onderwijsdeskundigen

  • leerlingen zijn belevingsdeskundigen

6

Doelgericht werken :

  • We formuleren doelen en bekijken wat er nodig is om die doelen te bereiken.

7

Systematisch en transparant

  • Er worden duidelijke afspraken gemaakt over welke stappen gezet zullen worden en deze worden ook met alle partijen gecommuniceerd.  




5. Het belang van overleg

Vanuit een handelingsgerichte zorgwerking wordt duidelijk dat overleg heel belangrijk is.  Er worden op regelmatige basis verschillende overlegmomenten georganiseerd : 

  • klasbespreking 

Twee keer per schooljaar worden alle leerlingen van de klas besproken met klasleerkracht en zorgcoördinator. Er wordt samen nagedacht over de eerste mogelijke zorgstappen. De klasbespreking situeert zich in fase 0 en 1 van het zorgcontinuüm. Naar aanleiding hiervan kan een oudercontact en/of MDO gepland worden.  

  • zorgteamoverleg

Het zorgteam komt regelmatig samen om zorgvragen van een leerkracht of leerling aan de groep voor te leggen en samen te zoeken naar aanpassingen/mogelijkheden die een antwoord kunnen bieden. We streven naar 2 overlegmomenten per maand.  Voor dringende zorgvragen kan een extra zorgteamoverleg georganiseerd worden. Door regelmatig contact met alle leden van het zorgteam willen we een goede opvolging garanderen.

  • MDO

Tijdens dit multidisciplinair overleg worden zorgvragen waarop we intern op school geen (voldoende) antwoord hebben, voorgelegd aan het CLB. Vanuit hun vakkennis en expertise kunnen zij adviezen geven en mee een plan van aanpak opstellen voor een bepaalde leerling. Wanneer we een MDO organiseren, zitten we in fase 1 of 2 van het zorgcontinuüm.  

  • oudercontact

Twee keer per jaar wordt er een  oudercontact georganiseerd, waarbij het functioneren van de kinderen besproken wordt. Voor de lagere school vallen deze momenten samen met de rapportbespreking van rapport 2 (dec.) en rapport 4 (april).  Bij specifieke zorgen rond een leerling, zullen we echter het oudercontact niet afwachten. We contacteren ouders om hen uit te nodigen voor een overleg wanneer dit aan de orde is. De school brengt dan alle betrokkenen samen rond de tafel, ouders en andere externe begeleiders. Ouders kunnen ook zelf een oudercontact aanvragen.

In de kleuterschool is er 1 keer per jaar een formeel oudercontact waarbij, op basis van observaties in de klas, wordt ingegaan op de ontwikkeling van het kind. Daarnaast wordt er een 'open klas' moment georganiseerd in de maand februari of maart. Op deze avond kunnen de ouders vrij de klas binnen wandelen en bij de juf info verkrijgen over het functioneren van hun peuter/kleuter. Voor de ouders van instappers voorzien we in de maand mei een extra contactmoment. Bij een grotere bezorgdheid zullen ouders uitgenodigd worden voor een overleg.


  • informele contacten

Ouders kunnen op verschillende manieren contact leggen met de leerkracht van hun kind : via mail – telefonisch – een kort gesprek bij het begin of einde van de schooldag.  De kleuters en leerlingen van het eerste leerjaar worden afgehaald in de kleuterzaal of in de klas.  Vaak zal de juf van deze gelegenheid gebruik maken om kort de ouders in te lichten of eenvoudige vragen te beantwoorden.  Vanaf het tweede leerjaar zijn leerkrachten aanspreekbaar na het belsignaal op het einde van de schooldag.  


Alle (zorg)stappen die voor een kind genomen worden, worden zorgvuldig bijgehouden in het (gedigitaliseerde) leerlingvolgsysteem. (LVS)  Ook de resultaten van de genormeerde toetsen kunnen hier geraadpleegd worden. Zo behouden we het overzicht over de gehele schoolloopbaan van de leerlingen en kan op elk moment nagegaan worden wanneer voor een leerling specifieke stappen zijn gezet.


6. De taak van het zorgteam


De taak van de zorgleerkracht / zorgcoördinator situeert zich op drie niveaus : 

  • leerlingniveau

  • leerkrachtniveau

  • schoolniveau.


De zorgleerkracht kan ingezet worden als co-teacher om leerlingen efficiënter te ondersteunen. Dit kan gebeuren op verschillende manieren, steeds met de bedoeling om via een doordachte klasorganisatie en samenwerking leerwinst te boeken. 

De zorgleerkracht kan ook individueel of in kleine groep met kinderen aan de slag gaan, bijvoorbeeld om bepaalde leerstof te remediëren of om verdiepingsprojecten aan te bieden.

Bovendien kan de zorgleerkracht ingeschakeld worden om de klasleerkracht te vervangen zodat er tijd is om met kinderen individueel in gesprek te gaan, de kindgesprekken.  Vaak geven deze gesprekjes een unieke kijk op hun persoonlijkheid, talenten en sociale omgeving.


De klasleerkracht is de spilfiguur van zorg op klasniveau. Hij/zij zorgt voor een brede basiszorg binnen de klaswerking en is op die manier de eerstverantwoordelijke voor de zorg voor elk kind van de klasgroep. In deze omvangrijke taak staat de leerkracht er niet alleen voor. Een belangrijke opdracht van de zorgleerkracht is de ondersteuning van de klasleerkrachten. 

De zorgleerkracht organiseert mee de binnenklasdifferentiatie, zoekt mee naar mogelijke manieren van aanpak, helpt bij de concrete uitwerking ervan en bij de ontwikkeling van materialen die hiervoor nodig zijn, reflecteert mee over de effecten van de aanpak en plant mee het verdere verloop. Indien de zorgleerkracht fungeert als co-teacher, kan dit ook voor de leerkracht een vorm van ondersteuning bieden.


Op schoolniveau is de zorgcoördinator verantwoordelijk voor de coördinatie van zorginitiatieven op niveau van de school. Zij is het aanspreekpunt voor zowel leerlingen, leerkrachten, ouders als externen wat de zorgwerking betreft. De zorgcoördinator organiseert overlegmomenten tussen alle betrokkenen en is de rechtstreekse contactpersoon met het CLB. Het is ook haar taak om pedagogisch didactische knelpunten bespreekbaar te maken en te streven naar een gelijkgerichte aanpak binnen de school.

7. Tot slot 


Dit document, zorgvisie en zorgbeleid, beschrijft wat we in onze school belangrijk vinden om met zorg te ondersteunen en hoe we die zorgwerking in de praktijk omzetten.  Het vormt de leidraad  voor al wie op onze school bij zorg betrokken is.   Het toont het belang van goede zorgen op school.  

We zien het als onze professionele opdracht om kinderen te begeleiden en kansen te bieden om te ontwikkelen en hun talenten te ontplooien.   We willen hen vormen tot zelfstandige personen die de regie van hun eigen leerproces mee in handen willen nemen en sturen.  Om deze doelstelling te bereiken moeten we voortdurend evalueren en bijsturen , nieuwe dingen uitproberen, differentiëren.

Met het zorgcontinuüm als basis werden de 4 fasen uitgediept en ieders verantwoordelijkheid omschreven.  Vanuit een handelingsgerichte werking  wordt het belang van overleg duidelijk.  In alle fasen van het zorgcontinuüm zijn duidelijke communicatie met alle betrokkenen en een systematische opvolging noodzakelijk om tot een goede afstemming en samenwerking te komen.  

Met de nodige tijd, aandacht en kunde werken we samen verder om de zorg op school uit te bouwen en te verfijnen.



Groeien


Groeien, hoe doe je dat ? vroeg de rups zich af, 

dromend dat ze al vliegen kon als de mooiste vlinder.

Je doet het best heel traag, bedacht de slak

en stap voor stap, zei de duizendpoot wijs.

Soms is groeien ook best lastig, vond de bij

maar dan ben je gelukkig niet alleen,

dan helpen wij je er wel doorheen.


Rups dacht heel lang na…

Ja, zo zou ze groeien :

geduldig, bedachtzaam en naarstig

om dan echt te vliegen als de mooiste vlinder.